In de klassieke homeopathie staat het totaalbeeld van de patiënt met zijn/haar klachten centraal. Door middel van een anamnese gesprek van vraag en antwoord, komt de homeopaat tot dit totaalbeeld. Daarbij is het van belang om te onderzoeken op welke wijze de klachten zich uiten. Ook de mogelijke oorzaken van de klachten en de begeleidende kenmerken van de patiënt worden onderzocht.

 

Klassieke homeopathie onderscheidt zich van complexe en klinische homeopathie (de middelen bij de drogist), doordat niet alleen wordt gekeken naar de specifieke klachten, maar naar het totaalbeeld van de patiënt. Op grond van dit totaalbeeld worden de homeopathische geneesmiddelen ingezet om het zelfgenezend vermogen van het lichaam te stimuleren en daarmee het verstoorde evenwicht in het lichaam te herstellen.

 

 

 

Lees hier verder:

Homeopathische geneesmiddelen worden gemaakt van planten, dieren, mineralen en nosoden (b.v. ziektekiemen). Zij krijgen hun genezende kracht door een nauwkeurig en intensief proces van verdunnen en schudden. De geneesmiddelen krijgen hierdoor het vermogen om het lichaam een prikkel te geven om zelf de ziekte en aanwezige klachten te overwinnen.
De geneesmiddelen worden ingezet afhankelijk van het specifieke geval. Homeo pathos betekent in het Grieks: gelijksoortig lijden. De homeopathische beelden van de geneesmiddelen zijn dan ook gelijk aan de klachten van de patiënt. Een eenvoudig voorbeeld: wanneer een patiënt huiduitslag heeft, die eruit ziet als uitslag na aanraking met brandnetels, wordt het homeopathisch geneesmiddel Unica - gemaakt van brandnetel - toegepast. Dit is het principe van gelijksoortigheid. Door deze prikkel van Unica wordt het lichaam geactiveerd om de huiduitslag te genezen.

 

Verdere interessante sites: